kernkenmerken en stereotypering

Onderstaand een toelichting bij het psychopathie-construct uit het boek Destructieve relaties op de schop. We vergelijken het met de constructen die naar voren komen uit een paar veel gehanteerde check-lists.

‘Uit [de] drielagige beschouwing van psychopathie in termen van kernkenmerken (het niveau van de ziel), persoonlijkheidskenmerken en gedragskenmerken, komt naar voren dat alleen de kernkenmerken gelden voor alle psychopaten. Wat deze kenmerken betreft is er in hoofdzaak een verschil in intensiteit en dit verschil is meteen ook een verschil in intensiteit van de psychopathie. Wat betreft de persoonlijkheidskenmerken geldt dat zij niet alleen in meerdere of in mindere mate aanwezig kunnen zijn, maar zij kunnen ook ontbreken én zij kunnen aanwezig zijn zonder dat er sprake is van psychopathie. Zij zijn noch noodzakelijk, noch toereikend voor psychopathie. Dit geldt in nog sterkere mate voor allerlei gedragingen die bij psychopaten, maar ook bij anderen, geobserveerd kunnen worden.’

Deze overwegingen vormen de aanleiding voor kritiek op het gebruik van checklists die gewoonlijk gehanteerd worden bij de diagnose van psychopathie. De meest gebruikte is wel de checklist van Robert Hare, de Psychopathy Checklist-Revised (PCL-R) en daarnaast ook de jeugd- en screeningversies (PCL:YV en PCL:SV). Het is niet mijn bedoeling ook maar iets af te doen aan het nut dat deze checklist in de praktijk reeds heeft bewezen (met name in de forensische psychiatrie in het geval van zware misdaden), wel om bij te dragen aan een nauwkeuriger begrip en een betere diagnose, aangezien deze noodzakelijk zijn voor de bescherming van de samenleving en ook van echte of vermeende psychopaten.

De PCL-R bestaat uit twintig punten die gescoord worden op een driepuntsschaal. Boven een score van een zeker aantal punten – vrij hoog – stelt men de diagnose psychopathie.

De PCL-R vermengt punten die betrekking hebben op kernkenmerken, persoonlijkheidskenmerken en gedragingen. Slechts drie van deze punten kunnen we redelijkerwijs gelijkstellen aan een kernkenmerk: ontbreken van spijt en schuldbesef (gewetenloos), oppervlakkige gevoelens (gevoel- en liefdeloos), hard en gebrek aan empathie (meedogenloos). Elk punt in de PCL-R weegt even zwaar. Dit is vreemd, aangezien kernkenmerken zwaarder zouden moeten wegen dan persoonlijkheidskenmerken en deze laatste op hun beurt weer zwaarder dan gedragingen. Sommige punten in de checklist zijn sterk aan elkaar gerelateerd, bijvoorbeeld: ‘promiscue sexueel gedrag’ en ‘vele korte echtverbintenissen’. Een score op beide punten zal maken dat dit gedrag bijna even sterk doorweegt als punten die behoren tot de kern van psychopathie. De meeste persoonlijkheidskenmerken of gedragingen in de PCL-R zijn weliswaar vaak aanwezig bij zekere categorieën van psychopaten, maar zijn niet aanwezig bij alle psychopaten, en kunnen ook aanwezig zijn zonder dat van psychopathie sprake is. Een diagnose van psychopathie op grond van een hoge score op de PCL-R zal meestal – maar niet in alle gevallen – correct zijn. Een lage score op de PCL-R geeft echter weinig zekerheid dat er geen sprake is van psychopathie. De PCL-R is vooral van toepassing op zware, mannelijke, dikwijls criminele psychopaten. De bewering dat de PCL-R en haar varianten zeer betrouwbaar zouden zijn, berust naar ik meen vooral op een cirkelredenering. De definitie van psychopathie is aangepast aan de diagnostische criteria en de diagnoses met behulp van deze criteria bevestigen weer de definitie van psychopathie. (Wat men de construct-validiteit van psychopathie noemt: men neemt enkele psychopaten van ruwweg hetzelfde type, beschrijft deze groep, identificeert andere psychopaten aan de hand van de criteria in deze beschrijving, concludeert dat zij beantwoorden aan de beschrijving en beschouwt het construct als gevalideerd.) Eenzelfde bezwaar heb ik bij de criteria van Cleckley, een voorloper van de checklist van Hare. Cleckley richtte zijn onderzoek op ernstig disfunctionele psychopaten, die vaak in gevangenissen en psychiatrische instellingen verbleven. De meeste mensen die lijden aan psychopathie - op zich een ernstige psychische stoornis – vallen echter buiten de categorie van dit soort extreme gevallen.

Een andere checklist is deze van de psychologe Isabelle Nazare-Aga. Zij omvat dertig gedragingen aan de hand waarvan mensen kunnen vaststellen of ze te maken hebben met een perverse narcist. Nazare-Aga gebruikt de term psychopaat niet, omdat die term in Frankrijk uitsluitend gebruikt wordt voor criminelen. Het is echter duidelijk dat zij het heeft over psychopaten volgens de definitie in Destructieve relaties op de schop: de perverse narcist is volgens Nazare-Aga gewetenloos (privécommunicatie). In haar checklist komen geen gedragingen voor die gerelateerd zijn aan fysiek geweld. Ze bieden wel een treffend beeld van de huis-tuin-en-keuken-psychopaat die uitstekend weet te manipuleren. Elk punt weegt even zwaar en wordt waar of niet-waar gescoord afhankelijk van het gewoonlijk of niet-gewoonlijk aanwezig zijn van de gedraging. De limiet-score is laag: 10 punten. Geen enkele van de gedragingen uit deze lijst is eenvoudig gerelateerd aan de kernkenmerken van psychopathie. Opmerkelijk is dat volgens Nazare-Aga de man/vrouw-verhouding van de perverse narcisten ongeveer gelijk ligt. Op grond van deze score-methode zullen veel meer mensen aangemerkt worden als perverse narcist dan de checklist van Hare aanwijst als psychopathisch, maar het aantal vals positieve vaststellingen zal bijzonderlijk met een lage score betrekkelijk aanzienlijk zijn. Bij een hoge score – 27 of meer – geeft Nazare-Aga aan dat je mogelijkerwijs te maken hebt met een gevaarlijke persoon. Je hebt met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dan met een flinke psychopaat te maken. Vele psychopaten beantwoorden aan de criteria voor pervers narcisme van Nazare-Aga, maar vele ook niet. Deze laatsten vertonen andere gedragingen, terwijl ze evenzeer gewetenloos zijn. Een criterium als ‘prêcher le faux pour savoir le vrai’ (‘onwaarheid verkondigen om de waarheid te achterhalen’) bijvoorbeeld, is bij uitstek van toepassing op een manipulator, maar vele psychopaten zijn niet doortrapt genoeg of eenvoudigweg niet slim genoeg om dit kunstje toe te passen.

‘Op de kernkenmerken van psychopathie kun je bouwen. Bij persoonlijkheidskenmerken en gedragingen moet je telkens nagaan of er wel een verband aanwezig is met de kernkenmerken. Is dit niet of onvoldoende het geval, of zit de persoon in kwestie niet gevangen in door de kernkenmerken bepaald gedrag, dan is er geen sprake van psychopathie.’

Jan M.J. Storms, M.A.